canto ostinato
Obstinaat
Obstinaat: tegen de draad in, anders dan anderen, onverwachte dingen zeggen en doen. Obstinaat-zijn is een grote waarde. Wie obstinaat durft zijn, kan op nieuwe denkbeelden komen, en ook anderen daartoe uitnodigen.
Een prachtige vertolking van obstinaat geluid zoog me vrijdagavond op. Ik was onderweg, terug naar Maastricht, na een mooie middag in Utrecht, toen me een grote kluwen aandacht opviel, ergens achterin de hal van Station Utrecht. Een paar honderd mensen, staand rond een podium met vijf grote vleugels. Een spandoek vermeldde, dat over enkele minuten de uitvoering van Canto Ostinato van Simeon ten Holt zou beginnen.
Ik ken dat werk, heb het een keer in een kerk gehoord, regelmatig op CD, heb twee uitvoeringen thuis. Bijzonder aan het werk is, dat de grondpatronen voor vier piano’s gegeven zijn, maar dat elke uitvoering weer anders verloopt: de communicatie tussen de pianisten bepaalt hoelang, hoe sterk bepaalde thema’s herhaald worden. In een trance kan je luisteren, het is een haast mystiek stuk.
Wat moet een werk dat een meditatieve rust uitstraalt nu in een stationshal? Het antwoord was er al, voordat de muziek begon. Kinderen en volwassenen stonden met open monden, straalden vaak ook. Op deze plek zulke gave instrumenten! Symbolen van de wereld van elitemuziek gewoon onder de vleugels van het dak van deze hal. Pianisten die de laatste afspraken maken en vrolijk zwaaien naar de cameraman op een stellage hoog in de hal.
Als dan het werk begint, direct na de pingpongtune van de omroepmevrouw, ‘de trein naar Den Bosch …’, is de muziek er helemaal. Door de andere geluiden, de bewegingen heen, golft het lied, de ‘canto’, de mensen tegemoet. Een kind komt naar voren, zes zeven jaar oud, zwaaiend met een tas, met open mond, stralend kijkt hij achterom naar zijn ouders: mooi hé? Een meisje, op de terugweg van gitaarles, zet haar instrument neer en luistert met open mond. De paar mensen die hun stoel hebben meegebracht zitten met dichte ogen op de beste plaats. Een jongen haalt de phones van zijn ipod uit zijn oren en weet niet wat hij hoort.
Ondertussen gaat de muziek door. De ene piano reageert op de ander, eigenzinnig, tegen de draad in, en juist zo met de muziek mee. De muziek gaat door, tegen de draad van reizende mensen in, juist zo met de mensen mee.
Ik laat een paar treinen voorbij gaan. Eindelijk, drie kwartier later, daal ik af. De piano hoor ik niet meer. Maar ik zie nog steeds al die mensen, verenigd in luisteren. Ieder luistert anders. Ieder hoort iets anders. Maar ze waren wel onderling verbonden. Zulke momenten moeten er maar vooral meer zijn. Obstinate momenten, tegenspraak, tegenklank, tegen wat gewoon lijkt te zijn. De ‘canto ostinato’ van poëzie en beeldende kunst, van muziek en drama, van sterke taal en gelovige wereldbeschouwing, van verwondering en verzet, die hebben we nodig! Vleugels in stationshallen, bloemen op het milieuperron, poëzie in de tram, gebeden onderweg, de nar in het winkelcentrum, er kan altijd nog een obstinaat geluid bij.
Op youtube staan ongeveer zes filmpjes, met fragmenten. Zie bijv.
http://nl.youtube.com/watch?v=JBFimR1_-t4
en klik evt. door op het scherm rechts.
Beste Roel,
Het was fantastisch om te organiseren en te spelen. Dit gaan we zeker vaker doen!
We hebben met onze missie ongeveer 10.000 mensen weten te bereiken. Iets dat uniek is voor klassieke muziek in het algemeen, en dan betreft het ook nog muziek van een Nederlandse componist.
Dank voor de mooie woorden op uw weblog!
Ik zal deze uitdraaien en bij een volgend bezoek aan Simeon meenemen.
Met vriendelijke groet,
Jeroen van Veen
PIANIST | COMPOSER | ARTISTIC DIRECTOR

Laatste reacties