Mijn foto

Links

web-log.nl, powered by TypePad

28 januari 2010

Avontuurlijk Iran!

Ik houd van associëren: zomaar rond een woord wat andere woorden laten boven komen. Ook een vals spoor kruist ergens het goede spoor, zei de oude speurder Havank altijd, en zo komen lukrake associaties ook altijd wel ergens uit. En zelfs al slaat het nergens op, leuk is het toch altijd. Zo sprongen, bij het openen van deze weblog, in de advertentiebalk een paar geassocieerde woorden op:
Bosch Apparatuur
Opruiming: Alles moet weg.
Zolang de voorraad strekt

en
Appartement Den Bosch?
Direct beschikbaar bij
Direct Wonen

Ik heb in geen van beide aandelen, mijn familie Bosch komt uit Duitsland en heette eerst Busch, maar het is toch aardig digitaal bedacht.
Met de krant op internet wordt het al een stuk riskanter. Soms geeft een klik een humoristisch product. Naast een bericht over 'een forse verhoging van de beloningen voor de top van ING' popt de advertentie op:
'Spoorhoogwerkers
Multifunctionele hoogwerkers en
verreikers voor op het spoor'

Kunt u er nog bij, bij de berg geld van u, of heeft u een verrijker sorry verreiker nodig?
Soms, echter, loopt een woordenstring in de soep. Dat had ik vanmiddag, toen ik het nieuws aanklikte dat in Iran oppositieleiders geexecuteerd waren. Ik werd triest, van het nieuws, maar daarnaast ook van de opties in de kantlijn:

Avontuurlijk Iran
Schitterende Reizen vol Beleving. In alle uithoeken van Iran!
KoningAap.nl/Reis-Iran

Eerder met Pensioen (Tip)
Een RVS Adviseur legt u graag uit hoe u een prepensioen kunt regelen.
www.RVS.nl/Pensioen

Dimsum Iran Reizen
Iran Klassiek Reis, kleine groep sfeervolle hotels, mooie route
www.dim-sum.nl


Op de een of andere manier heeft associëren toch altijd nog ergens een kleine gewetensvolle correctie nodig; een puur digitaal proces mist een zeker Fingerspitzengefühl, zou je kunnen zeggen. Vooral die 'eerder met pensioen-tip', op een pagina waar twee jonge mensen bruut om het leven zijn gebracht voordat ze zelfs maar iets van hun idealen werkelijkheid hadden zien worden doet pijn. Bij zo'n bericht past niet veel meer, dan de associatie: Kyrie eleison.

26 januari 2010

Alles verbeurd

Ik herken de ergernis. Ben je een onderzoek aan het doen naar de geschiedenis, vind je een autobiografisch werk, 'egodocument', en in plaats van dat je historische informatie vindt, wordt je met geloofsuitspraken om de oren geslagen. Zo staat het er, op de site van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, over het boekje dat ds. Ledeboer over zijn leven schreef: 'Zeer godvrezende bekeringsgeschiedenis; in vrijwel elke zin wordt de Heere aangeroepen. De feitelijke autobiografische informatie is niet groot.'
's Heeren wegen, gehouden met eenen alles verbeurd hebbenden zondaar, beschreven door L.G.C. Ledeboer, Leiden, Kettens, 1843, 96 p. Van schrik hebben ze zelfs de naam van de drukker verkeerd vermeld, Kettenes moet het zijn.
Ledeboer
Tja, wat verwacht je anders van een boekje van iemand die alles verbeurd heeft? Al het oude is voorbij gegaan, daar schrijft hij niet meer over. Geen geneuzel over moeilijke jeugd, over familieverhoudingen. Wie kind van God is leeft in een ander gezin.

Of lezen ze verkeerd? Het is maar welke historische vragen je hebt. Het boekje zat in de grote kist met oude boeken van oude schrijvers, die ik een paar weken terug ontving. Ds. Ledeboer kende ik al wel, van naam. Hij hoorde bij de jonge dominees die brak met de regentenkerk van zijn tijd. De mannen met geld en titels dachten dat ze wisten wat goed was voor het gewone volk? Nu, daar kon de Heere God wel eens anders over denken. Als eigenwijze angry young men kozen ze de kant van de simpele zielen die de weg van God in het hart zochten.
De meesten kwamen op een gezamenlijke weg uit. Ze werden uit de Nederlandse Hervormde Kerk gegooid, en vonden elkaar in een verzameling van Christelijke Afgescheiden Kerken. Samen vormden ze een nieuw kerkverband, dat meer en meer georganiseerd werd. Uiteindelijk kwamen ze samen met Abraham Kuypers Dolerenden in de Gereformeerde Kerken in Nederland terecht, en zijn ze nu weer verenigd, met Lutherse en Hervormden samen.
Maar Ledeboer ging een andere weg. Hij wist wat hij níet wilde: geen gezag van formulieren en regenten duldde hij. Als dominee in Hervormd Benthuizen begroef hij demonstratief het Gezangenboek en de Kerkelijke Reglementen, bij Psalmgezang, 68:1,2. Het kostte hem zijn positie. Een huis had hij zelf al gekocht – vooruitziende blik of gebrekkige pastorie?- en hij ging als vrije dominee verder. Wie hem wilde horen nodigde hem uit. Zijn gemeente groeide. Maar zelf een genootschap vormen, dat was ver van hem. Het is de HEERE zelf die zijn kerk vergadert, daar kunnen wij niet aan of af doen.
Een paar jaar na de act met dat begraven schreef hij zijn egodocument. Logisch, dat de hand des HEEREN zwaar op het boekje rust. Maar er staat ook zoveel unieks in, zoveel eigens. Bijvoorbeeld, dat ze bij het begraven van de Gezangen nog Psalm 68: 1, 2, uit de berijming van 1773 hadden gezongen. Logisch, Ledeboer is in 1808 geboren, hij heeft nooit anders gezongen. Maar dan, als ze voor zichzelf beginnen, met kerkdiensten bij hem in huis, gaan ze over op de oude Datheen. 'Ons komen ze gereformeerder, vlakker, eenvoudiger, dieper en kernachtiger voor. Onze vaders zongen ze eeuwen en God gaf er Zijne goedkeuring op. Waren ze niet goed geweest, zij zouden ze niet hebben mogen zingen. Moeijelijke woorden hinderen niet, die verklaren de zin. ... Men moest met den tijd mee. Het eenvoudige begon te mishagen. Men moest iets anders hebben. Het eene is het andere gevolgd. Keeren wij terug, keert geheel terug. De Heere geve inwendig! De Heere ontneme ons het onze en geven het Zijne. ... Wij zullen weldra één' Psalm hebben, om Hem te zingen. .. Kom Heere Jesu haestelick, ja kom Heere Jesu. Amen. Onze Vader enz.'

In het boek 'Het Gereformeerd Geheugen' wordt gesproken over een 'achteruitgangsgeloof'. Vroeger, toen was het nog goed. Wat komt dat hier mooi naar voren. Door terug te gaan naar een toch wel zwaar verouderde Psalmvertaling die vol staat met streektaalelementen krijgt deze dominee en zijn gemeente weer zicht op het ware geloof, zo meent hij. Maar tegelijk roept hij om vooruitgang, de spoedige komst van Jezus, iets wat ik in de geschriften uit de 17e en 18e eeuw niet zo tegenkom, veel meer een kenmerk van de 19e eeuwse opwekking. En hij eindigt met het Onze Vader, een gebed dat in de Gereformeerde traditie altijd heel zuinigjes gebruikt werd. Want wie heeft het recht om te weten dat God ook zijn of haar Vader is?

Wat mij betreft, dus een mooi egodocument. Nee, wat hij at, in wat voor bed hij sliep, hoe hij van Benthuizen naar Amsterdam reisde leren we er niet uit. Maar het verleden krijgt kleur, een geloofsbeweging krijgt meer klank en stem. En wordt de Heere er nu echt zo vaak in aangeroepen als ze bij het Instituut Nederlandse Geschiedenis verzuchten? Of hebben ze gewoon nog wat last van die ouderwetse allergie voor religieuze uitingen?

En wat zongen ze nu, daar, bij het begraven van de kerkboeken?
'’t Godlooze volk wordt haast tot asch;
’t Zal voor uw oog vergaan, als wasch,
Dat smelt voor gloênde koolen.'
Achteraf had Ledeboer dus liever Datheen gezongen:
'Gelijck dat was smelt voor dat vier (=vuur)
sal hij alle Godtloosen hier
verteeren en verslinden.'
De essentie bleef het zelfde, vuur. Daar konden zijn Hervormd gebleven collega's en kerkleden het mee doen.

25 januari 2010

De mus wint weer

Vrijdagavond, in Amsterdam, zongen we voor het laatst ons Psalmenprogramma, met het Vocaal Theologen Ensemble. Het was de zevende keer dat ik het presenteerde. Iedere keer zocht ik weer ergens een nieuw detail. Psalm 84 paste vrijdag prima, als voorvertoning van de Nationale Tuinvogelteldag. 'De mus, de zwaluw vindt een woning.' Nu moeten we hopen dat de zwaluw zich nog even afzijdig hield, die heeft hier niets te zoeken. Maar de mus liet zich duidelijk stimuleren: de eerste resultaten zijn binnen, en volgens het persbericht van Vogelbescherming Nederland is Huismus weer Tuinvogel nummer 1. Hoera! Zingen in Amsterdam heeft een landelijke uitwerking, dat wisten ze daar allang natuurlijk. De landelijk bedreigde Huismus biedt ons weer hoop.
In mijn eigen tuin moet ik het liedje toch nog wat duidelijker zingen. Geen mus gezien. Het halfuur dat ik voor het tellen uittrok, zaterdag, was toch al erg arm. Twee eksters, de onvermijdelijke roodborst, twee kauwtjes. Meer niet. Toen ik klaar was dook de rest weer op, de koperwieken, pimpels en koolmezen, merels, tortels en houtduif, de boomklever, boomkruiper en de bonte specht, heggemus en winterkoning, ze deden het allemaal nog. Was ik buiten geweest, had ik vast ook staartmees en goudhaan gehoord. Zelfs de vinken zag ik, hij en zij, toen de roodborst even de andere kant opkeek.
Is dat het soms? Houdt de roodborst ook de mussen weg? In ieder geval de vinken krijgen geen tel rust als ze eenmaal gezien zijn. Weg, misbaksel, zie je de roodborst denken. Te veel roodborsten en daarom te weinig mussen? Kenners blijven het zoeken in dakisolatie, die nestplaatsen laat verdwijnen, en het einde aan de gewoonte het tafellaken met broodkruimels uit te kloppen op vaste tijden van de dag. Maar ik houd de roodborst in de gaten, de komende tijd. Als ik merk dat-ie de mussen ook wegjaagt rapporteer ik hem bij vogelbescherming. Mogen ze hem op komen halen.

Oude boeken

Een paar weken geleden belde er een vriendelijke meneer aan. Bij het opruimen was hij oude boeken tegengekomen, hij zou ze weggooien, maar misschien kon ik er nog iets mee? Ze waren van een oude kamerbewoner, al lang geleden overleden, het zei hem allemaal niets.
En zo stonden er opeens twee oude sinaasappelkisten in de gang. Zwaar van het papier. Zwaar van geur ook, nét niet droog genoeg, leek me. Stoffig ook, boeken wat kris en kras, met en zonder kaft, oud, ouder en oudst.
Oude_boeken Nu, op een vrije dag, heb ik de tijd ze allemaal eens te rubriceren. Titel, schrijver, plaats en jaar van druk. Ideaal dat je tegenwoordig Google hebt, scheelt een hoop typewerk. In de helft van het aantal gevallen kan ik vier woorden intypen, en dan komt er wel een lijst van een antiquariaat boven:
De gouden keten der saligheyt van den H. geest, door den apostel Paulus t'samen geschakelt in het 28, 29 en 30 vers van het achtste capittel to de Romeynen. Ende nu in negen predicatien schriftmatigh verklaert. Geloofmatigh uytgebreydt. En zielmatigh toegepast. Aen des Heeren bloeyende gemeynte tot Rotterdam. Door Gregorius Mees, bedienaer des Heyligen Euangeliums aldaer. Volgens de oorspronkelijke uitgave van 1685.
De uitgave die ik handen heb stamt uit 1881, Utrecht, goedkoop papier, los in de band. Één antiquariaat heeft er vijf edities van staan. Eeuwenlang heel populair geweest, maar de vaart is er wat uit. De échte standaardwerken, zoals van Smytegelt, maar ook deze, zijn op internet integraal te vinden. (DBNL , ICL ) Maar de jongere garde kan zich niet meer gemakkelijk laten stichten door boeken als deze, met 500, 900, 1600 pagina's.
Andere boeken vind ik niet zomaar op internet. Een serie preken van Thomas Scott, Beschouwingen over de gewigtigste waarheden der christelijke godsdienst, vertaald door M.J. Chevallier en uitgegeven door Höveker, uitgever in Amsterdam, 1840. Die uitgever ken ik: hij gaf Reveil-werk uit, boeken uit de hoek van Groen van Prinsterer, Isaac da Costa. Gedreven mensen die een opwekking beoogden. Betrokken bij het lot van de vele paupers die geen toekomst hadden, lichamelijk noch geestelijk, trachtten ze harde harten zacht te maken. Mensen van hun klasse, de hogere, riepen ze op om hun personeel goed te behandelen, en bij het bidden en bijbellezen aan tafel hen er ook bij te roepen. Hoe past dit boek van Scott in het plaatje? Heeft het ook Heldring gevormd, en al die anderen, die weeshuizen anders gingen opzetten, die zich bekommerden om 'gevallen vrouwen', die microkredieten verstrekten aan kleine boeren?
Een enkel boekje plaatst me voor een raadsel. In mijn studie naar de aanloop van de Psalmberijming van 1773 was ik Jacobus Groenewegen tegengekomen.* Lid van de kerk van Werkendam, dichter. Hij schreef De lofzangen Israels Waar onder de Heere woont Zijnde eenige Geestelijke Liederen. In 1752 kwam het uit, zo lees ik in de boeken. Maar deze uitgave is van 1751, een wiegedruk? Voor Groenewegen heb ik wel een zwak. Hij was de Johannes de Heer van de 18e eeuw. Hij wist bij voorbaat dat de uitgave van dit werkje door de kerkelijke overheid niet toegestaan zou worden, dus gaf hij het op eigen houtje uit, zonder kerkleijke 'approbatie'. Een grote zonde: een kerklid mocht alleen over theologie publiceren als zijn dominee en kerkenraad het goedkeurden, een dominee moest met elk werk langs de classis...
Maar Groenewegen zong zijn eigen lied. En met hem het hele volkje van God, eeuwen door. Ik tel in de lijst van uitgavenvan deze Lofzangen, van 1752 tot 1979, zo'n 40 edities, en dat zijn ze nog niet allemaal, en ze gaan nog door.
Komt, Jehova's lievelingen!
Wilt nu zingen:
wekt u op tot Godes lof:
waarom langer neergebogen
met uw oogen?
Heft uw zielen uit het stof.

'Israel waaronder de Heere woont'- Groenewegen schreef zijn versjes voor het ware volk van God, de gelovigen die wisten dat de kerk niet Israel was, maar slechts een 'behulpsel'. Zijn titel, zijn verzen, de kist waaruit het boekje te voorschijn kwam, het heeft allemaal een hoog Siebelinkgehalte. Met zulke boekjes op stap te gaan, in versleten en uit-de-tijdse kleren, oude schoenen, ruikend naar vroeger en schimmelig papier, dat doet weer denken aan de mannetjes die op bezoek kwamen bij de kweker. Het geld van de zaak ging er doorheen, aan dit soort werken. Soms ontbraken de eerste of laatste pagina's, soms was de kaft finaal kapot. Maar niet de vorm doet er toe, het gaat om de inhoud, die kostelijke woorden die de eeuwen verduurden, die geminacht worden door de kinderen van de wereld. Zo'n kist heb ik nu in huis. Ik geloof er toch niet echt in. Misschien kan ik er nog iemand gelukkig mee maken?
Maar tegelijk moet ik toegeven: het doet me ook wat. Speurtochten, steeds opnieuw, naar een dieptelaag in het leven kom ik hier tegen. In elk boek staat voorin de naam van de vroegere eigenaar, 1910, 1915, 1925, Utrecht, Ameide, en een stempel van zijn Kaashandel. De kaas vergaat maar het woord blijft. Of is het andersom? Zoeken mensen steeds opnieuw naar kaas en wijn, en vergaat de trek naar het goede woord?

*In mijn boek, 'En nooit meer oude Psalmen zingen, zingend geloven in een nieuwe tijd 1773-1806', bespreek ik Groenewegen op p. 64-66. Hij gebruikte psalmmelodieën, maar ook Duitse koralen (hoe schoon licht ons de morgenster) en volkse deuntjes.

19 januari 2010

Credo bij Efeziërs 2,11-22

Wij geloven in God, die omziet naar mensen,
die één maakt wat verdeeld en gebroken is,
die thuis haalt wie ver van huis verdwaald was.
Wij geloven in Jezus Christus die onze vrede is.
Met zijn dood aan het kruis brak hij de muur van vijandschap af,
verbond hij dat wat gescheiden en verdeeld was,
en schiep hij de nieuwe mens.
Dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.
Wij geloven dat we thuis mogen zijn, kind aan huis bij God en bij elkaar,
burgers en huisgenoten van God,
met apostelen en profeten, heiligen, mannen en vrouwen met en zonder naam,
bouwstenen in de tempel van God, waarvan Jezus Christus zelf de hoeksteen is.
Wij geloven in de Geest van God, die ons wil bewonen,
ons wil opbouwen, ons helpt de stem, de getuige te zijn van hem die zegt:
Ik ben met je, ik verlaat je niet, ga, ga in vrede!

Voor de viering in de Gebedsweek voor de Eenheid schreef ik deze tekst naar Efeziërs 2,11-22, met een wenk naar Lucas 24,48

God in brokken

Vanmorgen de oecumenische viering in de NoorderLicht-kerk gehad. Uit zes kerken mensen samen, goed om samen de rijkdom en veelkleurigheid van het geloof te kunnen vieren. Natuurlijk lag er een zware hypotheek op de dienst. De ramp in Haïti zat dicht onder de oppervlakte. Nog veel dichterbij kwam het, doordat twee leden van de Evangelische Broedergemeente, Therese en Udo, er waren en de collecte voor Haiti aankondigden. Ze hebben elkaar dertig jaar terug in Port au Prince ontmoet, toen er nog maar 500.000 inwoners waren; en lieten ons delen in hun verdriet en zorg. Een neef van haar was omgekomen, nadat hij zijn zus en haar kinderen uit hun huis had gejaagd na de eerste schokken. Hij was nog even teruggegaan om iets te halen. Met zo'n verhaal komt het wel dichtbij.

Ten tijde van de ramp woonden er 2 miljoen mensen in de stad. Udo hielp ons naar hen te kijken, vooral naar die groepjes die in het nieuws komen, agressief, met kapmessen soms. Hij hielp ons zien: grote groepen die al zo'n bijna onmenselijk bestaan leidden, dat deze ramp hen tot haast dierlijk gedrag uitdaagde. Dat Udo en Therese nu en hier in deze dienst hun pijn konden delen, ons gebed en onze steun konden vragen betekende veel voor hen. Bijvoorbeeld, dat we 'hun mensen' als mensen bleven zien. Het laat me niet los – en ook niet de dankbaarheid na afloop van de dienst. Veel kerkgangers hadden voor het eerst van de week hun gevoel van machteloosheid kunnen aanvullen met het idee: wij zijn betrokken, we kunnen tóch een hand uitsteken. Liturgie biedt wonderlijke kansen.

In zijn preek liet Joep Dubbink merken hoe veel spanning er staat, tussen woorden over Christus die er bij is, en de verlatenheid die je diep in je hart valt, als je de omvang en de tragiek van de ramp tot je laat doordringen. Daar moeten we het mee uithouden. God, ook aanwezig in de brokstukken van deze wereld, waar puin en stof zijn?

Na de dienst direct door naar de verjaardag van een goede vriendin, zuster Scholastica. Ze woont in een klooster bij Arnhem – een heel andere wereld? Toch ook weer niet. 's Avonds, zoals elke zondag, was er aansluitend aan de Vesper de uitstalling van het allerheiligst sacrament. In die heel sobere Cisterciënzer kerk, op een vierkant stenen altaar, werd de heilige hostie centraal gesteld. Stilte volgde. Ik had het eerder meegemaakt, als mooi gebaar met eerbied en traditie. Nu ervoer ik meer. 'God in brokken', het idee dat God geen zwevende Intelligenz is, maar zich verenigt met de pijn en nood van deze wereld, kwam dichtbij. De schepping heeft een hart. Is niet overgeleverd aan het recht van de sterkste, maar aan de gave van de zwakste die de sterkste blijkt.

Schillebeeckx heeft eens gezegd, dat waar de middeleeuwen het in transsubstantiatie zochten, we het nu bij het sacrament zoeken in transsignificatie: het brood betekent meer dan het betekenen kan, het overschrijdt de grens van onze denkkaders. Is het zo zelfs in een wereld vol brokstukken vol betekenis?

God is iedere dag nieuw

Mensen die veel denken, denken dat je met denken ver komt. Maar als je goed kijkt zijn andere dingen nog veel belangrijker. Dat bedenk ik, nu de dood van de zeer geleerde theoloog Edward Schillebeeckx, 95 jaar oud, me bezig houdt. Zeker kon hij heel goed redeneren, filosoferen, de dingen op een rijtje zetten. Daarmee heeft hij voor veel mensen een weg gebaand, die ze zelf konden gaan, en waarop ze hun eigen ontdekkingen konden doen.

Ik moet eerlijk toegeven, ik ben nooit zover gekomen in zijn boeken. Ze zijn zó dik, zó doorwrocht, je moet je er echt een poosje voor terugtrekken uit de wereld. Maar nu hij is overleden, en ik lees wat anderen over hem zeggen, begrijp ik waarom ik wel graag flarden Schillebeeckx las. Hij was een gelovig mens, en daarbij een hartstochtelijke optimist. Terwijl om hem heen in alle kerken mensen zich diepe zorgen maakten over 'de toekomst van God' was hij als een kind zo benieuwd naar hoe God zich morgen zal laten kennen.

'God is iedere dag nieuw', wist hij. Een mensenleven, een generatie, zelfs een kerkgenootschap is nooit groot genoeg om de onmetelijke God te vatten. Zo bedacht hij, dat zijn denken altijd te kort schoot. En hij bleef daar vrolijk onder. We hoeven helemaal niet te proberen een 'negentiende eeuwse God' te redden om Hem voor de eenentwintigste eeuw te behouden.

Kerst heeft ons God leren kennen, toen hij als kwetsbaar mensenkind, een Joods jongetje dat besneden moest worden, geboren werd. In de kerk weten we dat dat een unieke en eenmalige gebeurtenis was. Maar die gebeurtenis vertelt tegelijk een verhaal voor alle dagen: God wil geboren worden, in het leven van nu. In jouw leven, bij jou in de buurt, in een wereld die zoekt naar duurzaamheid, in een wereld waar Joodse kinderen en Palestijnse kinderen door een muur gescheiden worden.

Schillebeeckx laatste boek, over de sacramenten, is niet af gekomen. Maar dat hoeft ook niet meer. Zijn naieve geleerdheid, zijn optimisme over God bij de mensen is meer dan een boek. Is het niet in een levensverhaal, een open blik, een hartelijke lach, een jubelend lied, brood en beker in liefde gedeeld dat God bij de mensen wil zijn? Is het niet in het kind in de voederbak, de koning aan het kruis, de arts aller zielen die de diepste zielepijn doorstond dat God het menselijk denken overstijgt? Gods sacrament, alle dagen nieuw!

Inleidend artikel in Kerkblad 'Opgang', Zeist, januari 2010.

10 januari 2010

Dood aan de baltimoretroepiaal

Ik schrijf over vogels, dus lieve vrienden vragen me al of ik ook in Alkmaar ben geweest. Daar vliegt immers de baltimoretroepiaal rond? Iemand anders stuurt me een link naar een filmpje, van de site van de IJmuidense courant. Honderd mensen in een brandgang achter een huis, met kijkers en camera's, verzaligd starend naar de top van een spar. Een geel-oranje vogeltje houdt hen gevangen. (Info: zie jeugdjournaal.)
Dit allemaal rond de eerste foto, 4 januari. Inmiddels, op de 10e, zit hij nog steeds, daar in Ouddorp, om 9.30 uur was hij aan de Ceresstraat 58. Je zult daar maar wonen, en de hele dag tientallen gasten langs krijgen, die hem bij willen schrijven op hun lijstje Vogels. Voor wie dat niet weet, 'Birding' is een aparte tak van sport. De bedoeling is aan het eind van het jaar het grootste aantal vogelsoorten waargenomen te hebben. Ontsnapte volièrevogels en dode vogels tellen niet. En je moet ze zelf gezien hebben, gedocumenteerd met data en afstand, graag ook geluidsopnamen of foto's als het om iets heel bijzonders gaat.
Elke sport heeft zijn voordelen en zijn nadelen. Bij deze sport zegt de code, dat als je een vreemde vogel ziet, je dat direct moet doorgeven aan collega-vogelaars. Via sms, telefoon, en natuurlijk de meldlijn van Dutch Bird Alert. Zo stel je anderen in staat te delen in de weelde. Hetgeen betekent dat per vreemde vogel mensen uit alle delen van het land hun best doen, zo snel mogelijk de locatie te bereiken. Ze gaan niet fietsen, zelfs niet per openbaar vervoer, maar haasten zich met auto's naar de gekste plekken. Vogels zijn zomaar gevlogen.
Zouden we van elke sport in Nederland een MER (Milieu Effect Rapportage) opstellen, dan komt Birding er niet goed vanaf. Dat vogeltje dat met zijn 15 gram op eigen kracht de Atlantische Oceaan overstak gebruikte dan wel weinig, en alleen duurzame, energie; al zijn volgelingen stookten er heel wat barrels olie door. Laten we conservatief schatten, 500 kijkers, die gemiddeld 100 km heen en 100 terug reden, dat zijn al gauw 100.000 verreden kilometers, bij een verbruik van 1:15 is dat al gauw 7000 liters brandstof.

We zullen er in komende jaren niet aan ontkomen om nieuwe regels op te stellen voor sporten en duurzaamheid. Voor Birding liggen een aantal opties open: de ene is dat het absoluut verboden wordt om je vondst aan anderen kenbaar te maken. Geen sms, twitters, laat staan krantenartikelen, op straffe van royement uit de Birding Family. Pas als de vogel echt weg is mag openbaarmaking volgen.
De andere optie is, bij het zien van een dergelijke zeldzame soort de plaatselijke schietvereniging opdracht te geven het dier te liquideren; de opgezette vogels van een heel jaar worden dan in de laatste week van december in de hal van Centraal Station Utrecht neergezet, en ieder die ze gezien heeft mag ze in zijn boekje aantekenen. Want zeg nu zelf, zo'n eenmaal geziene vogel, ver van huis verzworven, heeft vrijwel geen overlevingskansen. Één baltimoretroepiaal is geen baltimoretroepiaal, toch eigenlijk.

Waar doet die laatste optie me toch aan denken? De reliekenrage, en reliekenrace, komt bij me boven. In vorige vormen van godsdienst, soms krampachtig in stand gehouden, konden mensen een stukje zaligheid verwerven door de heilige botjes van een dood mens te aanschouwen, of, bij gebrek daaraan, stukjes kruishout, gesels of houten benen. De verzaligde blik van de vogelaars op het filmpje uit Alkmaar had inderdaad een religieuze uitdrukking. Wat een onbeschrijfelijk geluk!
Naast die materiële en totemachtige vorm van godsdienst is er nog een andere optie mogelijk. Die behelst niet het najagen van het uiterst zeldzame, de witte eenhoorn, de baltimoretroepiaal, maar het zien wat is, dicht bij huis. Die volgt de pimpelmezen rond de schuur, de kauwen op de schoorsteen, de goudvink die soms wel en soms niet langs komt. Wie het kleinste aantal vogels op de best mogelijke manier ziet verdient een prijs. Of, eigenlijk hoeft dat al niet meer: het zien zelf is de prijs. Maar dat zal wel een erg protestantse opvatting zijn. Iets met genade tegenover goede werken, die dan weer foute werken bleken te zijn en zo. Zo zie je maar, alles is theologie, in deze wereld.

(En dat van dat schieten, om juridische stappen te voorkomen: dat was een stijlvorm, niet serieus bedoeld. Tóch een leuk idee.)

9 januari 2010

Muzikale werelden

Gisteren weer redactie van het Liedboek gehad. Zijn we halverwege? De werkgroepen hebben nog zeven vergaderingen te gaan, dan is hun rol uitgespeeld. Zij selecteren, elk uit een eigen genre, en dragen liederen voor aan de redactie. Per vergadering krijgt de redactie een flinke dosis liederen en teksten op tafel. Allemaal nummers waar veel goeds over te zeggen is, anders lagen ze er niet.
65 liederen in zes uur vergaderen – is dat veel? Op een bepaalde manier niet; we zullen naast onze reguliere vergaderingen waarschijnlijk nog wel een paar keer een tweedaagse moeten houden om het hele aanbod zorgvuldig te kunnen behandelen. Maar op een andere manier is het heel veel: als je ziet hoeveel verschillende werelden er werden opgeroepen...
Ik denk aan een avondlied uit de Scandinavische sferen. Goed gemotiveerd voorgedragen. Maar is die melodie niet wat saai, wat heel eenvoudig? Ik zie de charme niet, zegt een musicus. En de tekst, gevoelig, maar wat voegt het toe? Totdat we het gaan zingen. In één keer is ieder overtuigd: bijzonder. Er gaat een ander luikje open, met een lied als dit. Goed, dat jullie dit gevonden hebben. Nu maar hopen dat het de kwaliteit behoudt, als we het laten vertalen, anders heb je nog niets.
Een volgend groepje liederen komt uit Taizé. Niet iedereen van ons 'heeft daar wat mee', maar dat hoeft ook niet. Hoe werken deze liederen? Welke taal zetten we er bij? Als het een echte vreemde taal is, en een goede Nederlandse vertaling ontbreekt, wat dan? Zo nu en dan slaan we aan het zingen. Een bekend lied, ook door mij heel vaak gezongen bij de studentenvespers in Maastricht, loopt ergens mis. Dat ging daar ook al zo vaak fout. Blijkbaar niet alleen muzikale onhandigheid van mij, maar een constructiefout. Een van de musici legt de vinger op de zere plek. Omdat we Taizé-tunes niet gaan corrigeren, komt hij er ook niet in.
Deze keer bespreken we ook kinderliederen in maten en soorten. Een enkele komt echt uit een musical-setting. Vrolijk, maar niet eenvoudig. Eigenlijk niet als gewoon kinderlied geschikt, tenzij we een simpeler melodie kiezen. Maar dan verlies je in een keer zoveel leven! Een expertoverleg zal in de toekomst uitsluitsel moeten geven. Leuk, vanuit mijn taak, vooral de Psalmen, dat er twee psalmversies mee zijn gekomen die voor kinderen geschreven zijn. Die gaan mee naar mijn werkgroep, voor een volgend commentaar.
En dan zijn er tussendoor ook nog liederen uit het 'oude' Liedboek langsgekomen, melodieën van Geneefse Psalmen, een vrolijk Ionalied. De lutheranen in de Verenigde Staten hebben ook een paar bijzondere nummers; éen daarvan lijkt net Johannes de Heer, maar dan anders.
Zo hoor en lees en zing ik een paar uur in heel veel hoeken van het veelkleurig gebouw van de kerken. 25 liederen liggen nog onbesproken op ons te wachten. Dat komt over vijf weken weer. Ondertussen bereid ik me voor op de Werkgroep Psalmen, volgende week. Ook daar ligt een veelzijdige keuze op tafel.
Aan het einde van 2010 moet de grote eerste schifting gemaakt zijn. Dan gaan we opnieuw kijken. Hoe zit het met de aantallen liederen voor Pinksteren, voor een huwelijk? Hoe is het met de verscheidenheid in taal en muziek? Klopt het totale aantal met dat wat we ons hadden voorgenomen, of moet er alsnog geschrapt gaan worden?
Daarna volgt dan de voorbereiding op de introductie. We kunnen natuurlijk geen liederen aanbieden zonder dat organisten, pianisten, gitaristen, zangers, hun begeleidend materiaal hebben. Bij sommige liederen is een simpele 'bijsluiter' wel heel erg nodig, bijvoorbeeld als ze uit een stijl komen die niet ieder kent. En in de praktijk zijn dat inmiddels zowat alle stijlen geworden, want elke hoek in kerk en geloof heeft zijn eigen voorkeursmuziek.
Leuk, daarom, om als redactielid uit al die voorkeuren te kunnen zingen. Je wordt er vrolijk van. Nog lang wachten, tot 2012, jammer! Gelukkig kan ik dat wachten vullen door wat te doen. Er zullen nog heel wat vrije vrijdagen met liederen gevuld gaan worden. Ik kan me slechtere tijdsbestedingen voorstellen.

3 januari 2010

Adventsteksten

Niemand heeft er nu direct nog wat aan, teksten voor de Adventsperiode. Die ligt nu weer achter ons. In de wekelijkse vespers, steeds op dinsdag, sloten we aan bij de teksten uit de kalender van Taizé. Daarbij schreef ik steeds een korte tekst; daarna kwam elke viering een vaste slottekst terug. Hier volgen ze, op verzoek. Wie weet, toch nog eens voor passende momenten, of alvast voor volgend jaar.

Advent 1

Dit zegt de Heer: Mijn recht zal een licht zijn voor alle volken. In een oogwenk breng Ik mijn gerechtigheid nabij, mijn heil verschijnt. Jesaja 51:4-8

God, Licht in onze ogen -
om recht bidden we, op een aarde waar zoveel onrecht is,
dat mensen weer recht kunnen staan,
dat uw schepping weer op adem kan komen,
dat uw licht doorbreekt op donkere plekken.
Om recht bidden we – dat wij zelf de weg zien die we gaan moeten,
en dat we het aandurven, de richting van uw heil in te slaan.

Advent 2
In Christus heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn. Ef 1:3-14

God, als de grond onder onze voeten lijkt te trillen,
wees dan nog onze rots, ons heil
Als liefde zo ver te zoeken is,
ken ons dan als uw kind, als uw geliefde.
Als heil, als zuiverheid bezoedeld zijn,
laat ons dan leven, gedoopt in uw vergeving,
als mensen die bereid zijn uw naam hoog te houden,
uw mensen te dienen,
uw schepping niet in de steek te laten.

Advent 3
De weg van de rechtvaardigen is stralend als de zon, die opkomt, hoger klimt,
totdat de dag zijn licht verspreidt. Spr 4:18-27

Uw licht, o God, uw zon schijnt over allen.
En hier zijn wij, niet steeds even verlicht,
even helder, even stralend.
Deel ons dan mede:
te zien hoe wij op onze wijze een licht kunnen zijn,
uw licht kunnen weerkaatsen en doorgeven.
En doe ons uw licht opgaan,
uw Zoon, uw Zon, de opgang uit de hoge.

Advent 4
Het woord van God is dicht bij u, in uw mond en in uw hart. Rom 10:5-10

God, zo nabij, zo diep met ons verbonden -
help ons u te vinden, in ons dagelijks bestaan,
in de woorden die we horen, die we spreken,
in onze gedachten,
in wat we voelen,
ervaren.
Help ons alles te weerleggen wat u tegenspreekt,
en waakzaam te blijven,
totdat uw licht ons opgaat,
uw Woord het laatste woord heeft.

SLOTGEBED VOOR ALLE VESPERS:
Trouwe God,
Het is avond, de nacht valt.
Help ons af te leggen wat we niet langer nodig hebben,
en onze rust te vinden in U.
Leer ons leven in de verwachting,
dat U het bent die ons leven draagt van dag tot dag,
totdat we thuiskomen bij U.
In Jezus Christus onze Heer.
Amen.