Mijn foto

Links

web-log.nl, powered by TypePad

20 november 2009

Plaaggeest

Scholendienst, afgelopen zondag. Ieder jaar is er zo'n dienst, waarbij we als kerk en school bij elkaar op bezoek komen, zondagochtend om 10 uur. Het aantal kinderen dat de kerk kent op deze school is heel erg klein; je kunt van niets als bekend uitgaan. Goede oefening om het als kerk tot op de basis terug te brengen.
Het verhaal van Makkabeeën, zoals het op het rooster stond, lieten we maar wat het was. Met het thema 'Waar voel jij je thuis', dachten we alle leeftijden wel te kunnen raken. Een mix van liederen, Psalm 84 en Kijk daar een metselaar, korte stukjes om in zes scenes uiteindelijk uit te komen bij, hoe kan het anders, God, bij wie iedereen thuis mag zijn...
Natuurlijk gingen we door met waar we goed in zijn. Stil zijn voor God, bijbellezen, bidden met aandacht en rust. Een stille kerk is mooi, een stille kerk met kinderen is nog mooier. Zo'n ervaring gun je ze vaker. Dat kon, omdat daarnaast ook de actie stond. Volop zongen de kinderen alles mee, ze hadden het op school allemaal prima voorbereid.
Voor mij was de verrassing, wie de stukjes zouden gaan doen. Zes clubjes kinderen zouden naar voren komen, elke keer met een andere grote doos en een verhaaltje, over waar ze zich thuis voelden. Thuis bij papa en mama bijvoorbeeld. En zes keer zou een plaaggeest naar voren komen om het ons moeilijk te maken. 'Als papa en mama nu ruzie hebben, is het dan nog fijn thuis?' Wie zou de plaaggeest zijn?
Daar sprong hij naar voren, griste de microfoon uit de hand van een van de bescheiden kinderen die het laatst gesproken had en stelde brutaal zijn vraag. Met verve, een grijns, stevig, stond hij daar, plaaggeest in optima forma. Een van de weinige zwarte jongens van de school. Mooi om dat te zien. Er was een tijd dat dat vanzelf was gegaan – zwart stond toch voor de boze, het boze? 'Zo hebben zij gezondigd en allen zijn zij zwart', zingt een lied uit het oude Liedboek, gezang 58, als het om zonde gaat. Toen kwam de tijd dat dat natuurlijk niet kon, de rol van plaaggeest aan een gekleurd kind geven – zulke vooroordelen ga je toch niet bevestigen? En nu is blijkbaar, op deze school, bij deze mensen, het alleen nog maar de vraag wie die rol het beste speelt. Hij, natuurlijk.
Goede bijdrage trouwens, die gedachte van de plaaggeest. In het gebed noemden we de mensen die een plaaggeest in zichzelf hebben. Alles wat ze zien, alles wat ze horen, krijgt een ja maar, een moeilijke vraag valt er overheen, een schaduw dringt zich op. Grote mensen weten daar van. Maar kinderen ook. Samen dat kunnen benoemen, open leggen, maakt het nog extra mooi dat we thuis konden zijn onder hetzelfde dak, deze morgen in de kerk.

16 november 2009

Geen geduld

De Zeister politie heeft sinds kort een site geopend waar je klachten kunt melden. 'Stop overlast.nl'. Elke vuurwerkknal die voor 31 december klinkt, alle vandalisme hoort daar thuis. En helpt het? Nu, wat de hond betreft nog niet. Territoriumafpalende jongetjes op weg naar het centrum laten zo nu en dan eens een knal horen, geen beginnen aan om dat allemaal te melden. En Arwen vliegt dus nog steeds zo nu en dan in de gordijnen. Vooral als we er niet zijn. Ik had niet verwacht dat dat hier zoveel erger zou zijn dan in Maastricht. Daar houden ze het geld op zak voor Carnaval, denk ik nu.
Arwen_kln
Vorig jaar kwamen we kort voor Kerst bij de dierenarts. De pilletjes die ze toen meegaven maakten de hond wel suf, maar veroorzaakten bij harde knallen ook epileptische aanvallen. Geschrokken wankelde ze overeind, de helft van het lijf wilde niet mee, haar ogen gingen draaien, schuim in de bek. Dat schoot niet op. Kom volgend jaar vroeger, half november, zei de jonge dierenarts toen, dan beginnen we eerder met een kuur.
Nu - de eerste doodsbommen zijn al afgegaan - sta ik er weer. Ik kan het beste bij de meest ervaren dierenarts terecht, hebben ze door de telefoon gezegd. Nee, hoor, die homeopathische kuurtjes, daar geloof je toch niet in, vraagt hij aan zijn assistente die het voorstelt. Gewoon Luminal 100, 2 x een halve per dag, wordt ze wat slaperig van, heeft ze geen last meer. Als ze omvalt van slaap, gewoon wat minder, en op Oudejaarsavond een paar tegelijk. Zo zo, dat gaat snel. De hond is mee, staat stilletje met de staart tussen de benen af te wachten wat er over haar besloten wordt. Hij kijkt haar niet eens aan.
Ik vraag, of hij iets weet van gedragstherapie; heeft hij ervaring met een training, met trekrotjes beginnen of zo? 'Nee, daar heb ik helemaal geen verstand van, en eerlijk gezegd ook het geduld niet voor.' Hij neemt afscheid, bij de assistente mag ik afrekenen. 'Bij hondenpensions hebben ze vaak goede tips over mensen die gedragstrainingen geven', zegt ze behulpzaam, als hij de deur achter zich heeft dichtgedaan. Ze kijkt er wat schuldig bij; wil je graag met dieren werken, kom je bij een dierenarts terecht die daar geen geduld voor heeft.
We zullen zien hoe het werkt. De tijd is te druk, en de kosten te hoog om nu aan gedragstherapie voor een hond te beginnen. Misschien in de zomer... Bestaat er ook gedragstherapie voor dierenartsen? Of reageren die alleen op knallen?

14 november 2009

Een zon diep in de nacht

Feest in de Nicolai-kerk: Willem Barnards dagboeken zijn in een nieuwe editie uitgekomen, en worden gepresenteerd. Meer mensen dan gedacht komen er op af, de omzet loopt goed. Voor ieder zijn er twee boeken, een voor jezelf, een om met Sinterklaas of Kerst cadeau te doen.
Terug in de bus begin ik alvast te lezen. Het is verslavende lectuur. Barnard schrijft goed, natuurlijk, ook in zijn dagboeken. Een eenvoudige beschouwing over de verkiezingen van 1977, samenvallend met de treinkaping bij Wijster en de bezetting van een school, roept bij mij ook weer de beelden op aan toen. Ik studeerde toen net een jaar in Kampen, en het raakte ons, in het Noorden misschien nog wel meer dan in Holland. De Molukse studiegenoot die overal argwanend bekeken werd. Of die vierdejaars die het jammer vond dat hij niet in die trein had gezeten, dan had hij via de intercom vast de gijzelaars moed kunnen inspreken. Ik noem geen namen...
Zo blader ik verder. Lees, over hoe de makelaars langskomen, als de Barnards zelf een huis moeten gaan kopen. Hoe die makelaars denken dat een notabele dominee ongetwijfeld net zo rechts is als zij zelf. En dat, terwijl Barnard net PSP had gestemd, niet slim, in zo'n tijd van kapingen – dan stemt iedereen rechts, en dus heeft hij zoals altijd in zijn leven op de verliezer gestemd.
Na tien minuten stop ik te lezen. Busreizen en lezen tegelijk is niet ideaal, zelfs niet op de rechte weg van de Berenkuil naar Zeist. Wat een koerswijzigingen nog, rijbaanwisselingen, haltes, abrupte rem-acties. Mijn hoofd en ogen komen dan altijd een fractie achter de beweging van de bus en het boek aan, om ziek van te worden. Houd het allemaal maar eens bij, de beweging van het leven. Barnard schrijft daar eigenlijk ook wel vaak over, hoe hij die beweging niet bij kan houden. Mopperig en pedant beklaagt hij de teloorgang van het Nederlands, alle 60 jaren die het boek beslaat. Een wonder dat er nog iets van over is. Ontevreden is hij over de kerk als instituut, of het nu voor of na de vereniging van Hervormde, Gereformeerden en Luthersen is. Bijbelvertalingen, hoe nieuwer, hij beroerder. De manier van zingen in de kerk, aandoenlijk niet goed, steeds weer. Hij mag het zeggen. Het heeft hem mooie gedachten ingegeven, en mooie teksten voortgebracht. Tot aan een gedicht over herkauwende auto's toe, autohater die hij is.
Maar als ik dan ook even mag mopperen – wat vreemd om Poulenc te laten spelen, met piano en fluit, in zo'n sobere oude nog bijna Romaanse kerk. Neogotische muziek naast de romaanse teksten van Barnard! Dat is vast zijn Anglicaanse tic; de kerken van suikergoed in Engeland rijzen op, als ik mijn ogen sluit. Maar als ik ze weer opendoe zit ik niet in de kerk van Ely, maar in een kerk met stoere zware zuilen, en opzij zie ik de gedenkplaat voor Jacobus Bellamy, vernieuwend dichter, gestorven in 1786. Bellamy, theologiestudent, stierf nog voor hij de pastorie in kwam, 28 jaar oud – Barnard haalde opgelucht adem toen hij er uit kon ontsnappen, en is nog onder ons, 89 jaar oud. Nee, Barnard heeft niets te klagen. Zeker niet als hij zijn geliefde Poulenc kan horen in een kerk die ruikt naar Sweelinck.

Het boek, 'Een zon diep in de nacht', verscheen bij Skandalon, in een uitgave op dundruk en als E-boek, voor € 39.95. Ruim 800 pagina's tekst, dagboeken 1945-2005.

1 november 2009

Trinity

In het voorprogramma van 'Sons of Korah' zou 'Trinity' spelen. Nogal een grote naam: de Heilige Drieëenheid, in de christelijke traditie wordt die gezien als bas- en basismuziek, muziek voor onderweg en toekomstmuziek. Welke muziekgroep kan daar aan tippen?
Maar de drie broers (vandaar de naam, vermoed ik dan maar) en hun vriend ontwapenden dit soort theologisch gezanik al snel. Alleen al het verhaal van hun oorsprong vertederde. Zendelingechtpaar Smelt vertrok naar Peru, voedde daar drie zoontjes op, en die drie zijn alle in gelijke mate geboeid door de muziek die ze er horen. En gelukkig in diverse mate muzikaal begaafd, Niek percussie,  Johan allerlei soorten mandoline en gitaar, Elbert met fluiten in soorten en maten, en presentator en leadzanger van de drie. Ze vonden vriend Bert Bos erbij, voor het baswerk. Tweerichtingsverkeer wordt het zo, tussen Peru en Nederland, conform de nieuwere visies op 'zending': kerken en gelovigen over de hele wereld hebben elkaar wat te bieden.
Trinity
Ze zongen een lied over de zonnebloem, de girasol. Een bloem die zich richt op de zon, vandaar de naam in het Spaans. (Girar: je richten op.) En zo neemt het lied het thema van het gaan slapen en weer wakker worden op. Het is een gebed: geef me, na de dag die nu bijna voorbij is, rustig te slapen en morgen opnieuw de zon van uw liefde te zien, en me daar op te richten.
Bijzonder in hun repertoire vind ik verder de grote aandacht voor het Oude Testament. Ze richten de aandacht sterk op teksten als in Jesaja en Amos die roepen om recht: 'Laat gerechtigheid stromen als een beek!' Daar hoor je ook hun ervaringen in, die ze nog steeds opdoen wanneer ze als ambassadeurs van Tear her en der komen in landen waar de kleinen het maar zelf moeten uitzoeken. Integere muziek, bijbels en maatschappelijk betrokken tegelijk.
In hun muziek laat zich het Peruaanse muziekgoed horen; maar ook een flinke dosis Irish folk. En gewoon de lol, de gein, van het muziek kunnen maken, iets te melden hebben en dat in een groter verband te kunnen zien. Nederlands, Engels en Spaans wisselen elkaar af, net als de nummers die ze zelf zingen en waar de zaal mee mag doen. Dat gebeurt al snel, aanstekelijk krijgen ze de mensen op de voeten en in beweging. 
Ooit leek het, alsof de 'kerken' aandacht besteedden aan de thema's van recht en vrede in de Bijbel, en de 'evangelicals en pinkstergroepen' alleen maar aandacht hadden voor de persoonlijke band met Jezus. Alsof de kerken aandacht hadden voor kwalitatief sterke en klassieke muziek, en de anderen het met weeë liedjes met gemakkelijke akkoorden moesten doen. Dat soort indelingen houdt geen steek. In een veelkleurige samenleving zijn ook vele vormen en gestalten van christelijke eredienst te vinden, en een groep als deze heeft daar een eigen plek in.
Wat opvalt, zowel bij deze groep als bij 'Sons of Korah': ze spelen en zingen 'eigen muziek'. Het is niet mogelijk om een soort popliedboek te maken waar de goeie nummers van diverse groepen in staan, zodat ze overal in het land gekopieerd kunnen worden. Popmuziek als deze leeft van de eenheid tussen degene die de tonen en de tekst voor het eerst opving, erdoor geraakt werd, ze verwerkte, en ze als een heel eigen muziekvorm naar buiten bracht. Als je er iets van zou willen leren voor de gangbare muziekpraktijk in gevestigde kerken is het, dat de betrokkenheid van de vertolkers van de muziek essentieel is. Je zingt maar niet wat na, je zingt wat je bent en je bent wat je zingt.

Info over Trinity: zie http://www.bandtrinity.nl/ ; op dit moment nog in ontwikkeling, een paar geluidsfragmenten op http://www.tear.nl/Page/sp753/ml1/Index.html . Ze werken aan hun derde CD, dus hebben even geen optredens.
Op de site staat wat ze aan instrumenten bespelen. Ik zou ze niet allemaal herkennen, als ik ze op straat tegenkom: saxofoon, Irish whistle, Quena, Zampoña, Akoestische gitaar, Charango, Mandoline, Contrabas, Basgitaar, Drums, Bodhran en Bombo.

28 oktober 2009

Grafstukken

Vakantie, terug in Maastricht. Dingen in ons nog steeds niet verkochte huis regelen, wat vrienden zien, ruiken hoe het hier heel anders is dan in Zeist. Als ik loop langs het Albertkanaal, een ochtend met zon en geelgorzen, eekhoorn springend van haagbeuk naar haagbeuk, weet ik me echt in een ander land. Inderdaad, dit weggetje is Vlaanderen, 500 meter bij ons huis vandaan. Maar ook ons huis, in Maastricht, is buitenland, ervaar ik.
Neem nu: boodschappen doen. 'Kemissies', zeggen ze hier, maar als ik als Hollander dat zeg begrijpen ze me niet. Bij de ingang van de supermarkt staat een hele uitstalling bloemsierkunst. Grafstukken. De duurste is € 49,95, en dan zakken de prijzen, tot de goedkoopste, € 19,95. De supermarkt ligt hier goed, een paar minuten van de grootste begraafplaats van Maastricht. Het graf van pa, ma, man, vrouw, moet er echt zuiver bij liggen, deze dagen, rond Allerheiligen. Iedereen komt langs, en wat zullen ze zeggen als je er niets aan gedaan hebt?Grafstukken
Een dag later kom ik weer langs, dit keer om een foto te maken. Alle bloemstukken van gisteren zijn al verkocht, het is een nieuwe expositie geworden. Het mag wat kosten. Voor de prijs van € 49,95 heb je nu keus uit twee.

Ik denk dat we het met ons huis heel anders moeten doen. Willen we dat hier verkopen, dan moeten alle wilde planten uit de tuin, en alle originele kleuren van de muur, de grove tegels op de vloer van de woonkamer, nog uit de tijd van de vorige bewoners, moeten er uit, kortom, het moet er allemaal veel gewoner uitzien. Meer in de stijl van de grafstukken. De inrichting van het huis kan me niet veel schelen; rot dat het geld kost, maar dat is maar geld. Maar de tuin gaat pijn doen, dat weet ik nu al. Als ik de kardinaalsmuts zie, nog nooit zo mooi geweest, dan gaat hij alle sierpalmen en terrasverwarmingen van de buren verre te boven. Maar wie ziet dat? Geen mens. In een begrafenisstemming fiets ik de berg weer af, de oude vertrouwde route naar het station.
Kardinaalsmuts
Morgen koop ik een kardinaalsmuts voor in de tuin in Zeist.

23 oktober 2009

Meer psalmen

Welkom op deze bladzij, als u surft via de site van Musica Religiosa. De link van Musica Religiosa verwijst naar deze bladzij; hier vindt u diverse bijdragen die aansluiten op de Schotse ervaring, zoals 'de voorzanger', over Psalmen zingen.
Ook kunt u meer over Psalmen en het Schotse psalmboek 'Sing Psalms!' vinden.
Meer over Psalmen in het algemeen via de pagina Psalmen .
Eventueel zijn de CD's te bestellen via internet, betaling met Creditcard, tegen Brit Pound 9,99, € 12,00, plus verzendkosten, bij Bethesda Hospice, die de CD's uitgeeft waar u de Gaelic en Spiritual music van hoorde. Op de site van Bethesda kunt u ook diverse soundtracks beluisteren.
Enkelen van de zangers op de CD Salm&Soul hebben ook een eigen repertoire, zoals de Folk zangeres Isobel Ann Martin, Kristine Kennedy; dr. Margaret Bennett, die ook meezingt, is een autoriteit op het gebied van de overlevering van oude tradities in de Gaelic-speaking part of the world, Nova Scotia, verder in Canada, en natuurlijk the Hebrides. Via Google vindt u hen!
Meer over Line Singing, zoals dat in de USA terecht kwam en zich evolueerde tot de spirituals, bijv. bij Willy Ruff

21 oktober 2009

..., is dat welgedaan?

Op zondag 25 oktober wordt in veel kerken over de blinde Bartimeüs gelezen. In mijn blad De Eerste Dag staat onder de suggesties van de te zingen liederen bij deze lezing, het gezang: 'Wat God doet, dat is welgedaan.' Daar zit het verhaal van twee blinde dichters aan vast.
In het Liedboek gaat het om nummer 432, een lied met drie verzen. Het Duitse origineel is van Samuel Rodigast, gestorven in 1708. Petronella Moens vertaalde het lied in het Nederlands. Zij overleed in 1843.
Moens afbeelding uit Compendium bij Liedboek voor de Kerken

Petronella was vanaf haar vierde jaar blind. Ze leefde met taal, lezen, vertalen, dichten. In het lied van Rodigast, zes verzen in het origineel, herkende ze zichzelf. Rodigast had het geschreven toen zijn vriend ernstig ziek was, een ziekte waaraan hij zou overlijden. De schaduw van ziekte en dood ligt dan ook over het lied heen. 'Hij zal me toch geen vergif als medicijn inschenken!', zingt Rodigast. 'De kelk die mij bitter smaakt schrikt me toch niet af!' Het eindigt met een citaat uit een nog klassieker Duits kerklied: 'so wird Gott mich ganz väterlich in seinen Armen halten: drum lass ich ihn nur walten'. 'Wer nur der liebe Gott lässt walten'...
Petronella gaat met het lied haar eigen weg. De dramatische kanten van een dodelijke ziekte vallen weg. Haar blindheid thematiseert ze niet echt zichtbaar, maar wel via de omweg van het lijden waarvan ieder een deel krijgt:
'God plant wel doornen op mijn paân maar strooit daar rozen nevens.
Met smart paart God vaak rein genot.'
Het lied eindigt in vers 5: Als God mij leidt, zal 'k wel bereid
mijn hoogst en reinst verlangen in d'eeuwigheid ontvangen'.
Reinheid, zuiverheid, eeuwigheid, een heel ander thema dan dat van Rodigast. Het zou zo een lied kunnen zijn uit de katholieke devotie. Het beeld van de Heilige Liduina van Schiedam komt bij me boven, of van Theresia van Lisieux, die kort voor haar overlijden (ze leed aan TBC) zei: 'Ik wil het rozen laten regenen op aarde.'

Voor het Liedboek van 1973 heeft Jan Wit het lied onder handen genomen. Hij ging terug naar het Duitse origineel, behield het eerste vers van Petronella en vatte de rest samen in twee strofen. Jan Wit sneed de gedachte dat God mensen een les wil leren door kwalen en ziekten uit de tekst. Hij, zelf blind, had niet de neiging daarin een vingerwijzing Gods te zien. In de plaats komt, net als in zoveel van zijn liederen, het thema licht, voor hem een onzichtbaar verschijnsel, expliciet en stralend naar voren. 'Wat God doet, dat is welgedaan, Hij is mijn licht en leven', zo begint strofe 2; en met de laatste woorden van het lied komt een bijzonder beeld mee: 'Als God mij leidt kan ik de tijd van duisternis verdragen: ik zal zijn licht zien dagen.' Ook heel mooi, maar wel heel anders.

Daarmee is een lied van een van de weinige vrouwelijke dichters toch weer driftig van karakter veranderd. Die versie van Wit zullen we zondag vast met vreugde zingen. Maar ik zal daar toch de rozen bij missen, hoe roze en wee ze ook kunnen zijn. Het kerklied gaat een pad, bezaait met doornen. Daar nevens bloeien tóch de bloemen.

 

19 oktober 2009

Geen echte christen

Net de Trouw- en Radboud Reli-test gedaan. Ik had nog zo gezegd: ik doe dat niet, want ik erger me altijd aan de onmogelijkheid om genuanceerd te antwoorden. Maar als ik niet te veel zou nadenken, zou het vast wel gaan, zei iemand. Dus daar ging-ie. Bij de eerste vraag, over het buffet, negeerde ik dapper de optie varkensvlees te laten staan. Laatst had ik ten slotte toch ook een stukje varkensworst gegeten. En als het van de scharrelslager komt eet ik ook een karbonade. Mijn eerste overwinning, want mijn gespreksgenoot, die het varken om gezondheidsredenen mijdt, en dat ook had ingevuld, bleek direct islamitische sympathieën te hebben.
Verder gingen de vragen. Mijn buurmeisje van 16 is zwanger en overweegt abortus. Ik riep geen 'nee, abortus is moord'! Stel dat ze mij raadpleegt, als buurman, dan luister ik, vraag ik haar naar hoe ze zich nu voelt, hoe ze denkt zich te voelen als ...; misschien speelt ook wel mee of het van een los vriendje is of omdat ze bruut verkracht werd; en dat ik als man niet zomaar dingen mag vinden waar ik zelf de consequenties niet van hoef te dragen. Maar goed, de schijn bouwt zich met zo'n antwoord tegen me op. En toen ik daarna ook nog open stond voor de optie dat mijn tante niet begraven maar gecremeerd kon worden was de conclusie van het volautomatisch softwarepakket van de Radboud Universiteit duidelijk:

'
Wat je ook denkt – wat betreft je doen en laten ben je weliswaar geen echte christen, maar je lijkt er wel sterk op.Je doen en laten toont op sommige punten overeenkomsten met wat men in het christendom gewoon is te doen.'
Is het me weer niet gelukt een echte christen te zijn. Dan had ik dat varkensvlees van vraag 1 ook wel kunnen laten staan! Wat goed dat een echte christen niet van Gods software pakket afhankelijk is, maar van zijn humor, gein, genade, of hoe ze het ook noemen, elke keer weer anders. Een programmeur zou er gek van worden. Ik blijf alleen nog zitten met die formulering: 'wat men in het christendom gewoon is te doen'. Kan iemand me vertellen wat ze daar bedoelen?

Wilt u ook weten wat u bent en wat u (niet) gelooft? http://www.trouw.nl/religie-filosofie/relitest/

18 oktober 2009

Sons of Korah

Ik had al lang een CD in huis van 'Sons of Korah', een band uit Australië die de Psalmen als popmuziek brengt. Goede muziek, goede omgang met de tekst, betrokken gebracht: dus de kans om ze in het echt te horen liet ik niet voorbij gaan. Zo kwam ik in 'De Schuilplaats' terecht, het gebouw van de Evangeliegemeente in Ede. Een hal waar minstens 1250 mensen in passen, grote videoschermen, poppodium, perfect voor zo'n voorstelling.
Naar een voorstelling gaan is ook altijd: je mengen tussen de mensen die naar zo'n voorstelling gaan. Dat was een boeiende ervaring. Achtergrond vaak vrijgemaakt gereformeerd, evangelisch, licht reformatorisch, in elk geval Nederlandse gemeenten; leeftijd veel jongeren, maar ook gezinnen en oudsten uit diverse gemeenten; kleding heel correct, veel rokken, geen geflirt en gesjans, koffie, cola en geen bier in de pauze, op 1250 mensen 15 die in de pauze buiten een sigaret gaan roken.
Op de stoelen lag een kopie van een artikel in het Nederlands Dagblad, op zoek naar nieuwe abonnees. Dat maakt me al veel duidelijk. Hoe komen ze ertoe om dit project op te pakken? Matt Jacobi, als student theologie aan een baptistenseminarie, werd aan een studieopdracht over de Psalmen gezet, en het boek, 'in the heart of the Bible', liet hem niet meer los. In plaats van een gangbare theologie met praatjes over vrolijk geloven en geen twijfel hebben en een innige band met God, alle dagen van je leven, ontmoette hij in de Psalmen de gelovige zoals hij die veel vaker tegenkomt: met een God die ver weg lijkt te zijn, met vragen over recht en onrecht, met schuldgevoel en pijn, maar ook vrolijk en dankbaar, samen met anderen of alleen.
Zo sprak hij er tussen de nummers door ook over: de Psalmen gaan over mijn hart; ze geven stem aan mijn verlangen, mijn weemoed, mijn zucht naar God. Juist door veel te verlangen wordt je verlangen groter, en ga je beter zien wie je bent, zelf, en wie God is. En door veel naar God te verlangen, houd je minder ruimte om te verlangen naar geld en goed en roem en wat niet al, des te beter.
Aandachtig luisteren de mensen. Ik ook. Nergens hoor ik hem Jezus noemen. Het kan ook zonder, nu, en hier. En als hij op het laatst mensen uitnodigt de muziek mee te nemen, en elke dag een nummer te beluisteren als hulp bij meditatie, hoor ik haast een eerste advies van een Benedictijnse gastenpater. Al is de uitvoering dan hier niet Gregoriaans.
Nee, niet Gregoriaans: maar wel gewoon de letterlijke bijbeltekst, in de editie van de Australische bijbelvertaling. Op de beamerschermen verschijnt de tekst, vergezeld van de Nederlandse Nieuwe Bijbelvertaling. Het Hebreeuwse woord voor 'people who walk blameless' uit Psalm 84 komt zo als 'onbevangen op weg gaan' te voorschijn, ook mooi, en nog meer in overeenstemming met de boodschap die Matt Jacobi er aan verbond: het gaat er helemaal niet om of je goed leeft, maar of je hart gericht is op de ene, dan komt de rest vanzelf.
Ooit ging hij, zo lees ik in het ND, een poos naar de gereformeerden in Australië; daar zongen ze Psalmen! Maar helaas, merkte hij, de manier van zingen en de inhoud van de tekst hadden niets met elkaar te maken. Hij doet dat anders. Psalm 27 is als Psalm 'work in progress', elke keer een stukje, en dat is te merken: mij wordt het wat veel, van stijl naar stijl, genre naar genre. Andere psalmen zijn meer uit één stuk. Psalm 93 heeft me al te pakken voordat ik weet dat het Psalm 93 is: de solo op contrabas, prachtig uitgevoerd, laat de zeeën al bij voorbaat bruisen. Hij zou die Psalm eens moeten horen in de versie van Maurice Pirenne en Huub Oosterhuis, denk ik, als hij klaar is – ze hebben veel gemeen!
Als ik na afloop noteer wat ze gespeeld hebben, constateer ik wel dat het een bekend rijtje is van vele psalmborden, in, inderdaad, gereformeerd/hervormde kerken: 130, 100, 84, 93, 98, 147, 27, 42. Ooit, in de jaren 1980, zijn ze zomaar met een psalm begonnen, en ze weten ook niet of ze wel alle 150 afmaken. Heel anders, dus dan Psalmen voor Nu, waar planmatig dichters de tekst bewerken en 'externe musici' daar iets bij componeren. Híer duikt de musicus in de tekst en gaat hem uitvoeren, zo, met vallen en opstaan, merkend hoe muziek en tekst elkaar meeslepen.
Hoe dan ook een integere uitvoering, die me meeneemt, en in de meeste gevallen ook overtuigt. Anders dan op de CD's, krijgen we hier ook de 'instrumentale bruggen' erbij. Soms klinkt de Gaelic achtergrond  van veel Australische muziek er duidelijk in door; mooi, dat te horen. Wanneer het laatste nummer, Psalm 147, gespeeld wordt, komen mensen in beweging, en voor zover er ruimte is ontstaat er zelfs een soort van heilige dans. Goed om mee te maken.
En Matt Jacobi? In het dagelijks leven is hij ook dominee in een baptistengemeente. Waar ze geen Psalmen zingen. Wat zal hij genieten van in Nederland optreden!

Meer info en voorbeelden op hun site, http://www.sonsofkorah.com/

Over de toernee, http://www.sonsofkorah.nl/

Een verkorte versie van het artikel in het ND, http://www.nd.nl/artikelen/2009/oktober/13/psalm-als-zoektocht

In het voorprogramma speelde 'Trinity', daarover graag een andere keer! http://www.combotrinity.nl/

26 september 2009

Aan het werk, de zon komt op!

Dan groet de mensch het rijzend morgenlicht,
gewekt, gewenkt tot arbeid, tot zijn plicht.
Hij plant, hij bouwt, men ziet hem zwoegen, draven,
tot 's avonds toe laat hij niet af van slaven.
Hoe schoon, hoe groot, o Oppermajesteit,
is al uw werk, gevormd met wijs beleid!
Uw wijsheid streelt oplettende gemoed'ren,
al 't aardrijk is vervuld met uwe goed'ren.


Zo had de 12de strofe van Psalm 104 in de Psalmberijming 1773 kunnen luiden. Met deze acht regels zijn twee bijbelse verzen ruimschoots vertolkt. Het gaat om (Statenvertaling):
(22De Sonne opgaende, maken sy sich wech, ende liggen neder in hare holen.)
23De mensche gaet [dan] uyt tot sijn werck, ende nae sijnen arbeyt tot den avont toe.
24Hoe groot zijn uwe wercken, ô HEERE? Ghy hebtse alle met wijsheyt gemaeckt, het aerdrijck is vol van uwe goederen.


De vraag luidt: welke versdeel van deze versie werd door de redacteuren van de berijming van 1773 als niet-schriftuurlijk beschouwd?
Was het 2009 geweest, dan zou menig lezer de wenkbrauwen optrekken bij de vele woorden over arbeid, de plicht van de mens, het zwoegen en draven van vroeg tot laat. Het calvinistisch arbeidsethos in optima forma, zou menigeen mopperen. ' 's Avonds laat' werken, dat kon helemaal niet in het oude Israel; als het donker is zit je bij elkaar, ga je slapen, maar van werken is geen sprake. Maar Lucretia van Merken, de dichteres die deze Psalm berijmde, kon in die avonduren nog mooie verzen schrijven. Haar meid had dan mooi de gelegenheid om bij de lamp de kousen te stoppen of het koper te poetsen, of de was te vouwen.
De dominees, die de Psalm van de remonstrantse Lucretia bestudeerden, fronsten ook al niet over dat avondlijke werk. Dan was er catechisatie, wellicht; lazen ze de geschriften  van ontdekkingsreizigers, van kerkvaders, de nieuwste gedichten. Nee, hun probleem school in de manier waarop de zon, vanuit vers 22, was overgeheveld naar dit versdeel.
'Het groeten van het morgenlicht was eene aloude plegtigheid der afgodendienaars, en kon hier geene plaats hebben.' Help, druïden, afgodendienaars in de Psalm, dat moet niet gebeuren!
En zo redden ze de Psalm voor het Gereformeerd psalmboek, door de eerste regel om te buigen:
'dan wordt de mensch door 't rijzend morgenlicht gewekt.'
Allebei staat het er niet in het Hebreeuws, net zo min als het 's avonds laat doorwerken. Maar je moet toch wat zeggen, als je een vers wilt vullen. Dan is de nieuwe berijming wel soberder:
De mens treedt in het licht en gaat zijn plichten
getrouw tot aan de avond toe verrichten.
(Psalm 104:6)
Maar waar komen die 'plichten' en die 'getrouwheid' nu toch vandaan? De calvinistische Schotten weten van niets:
Comes the sun, they slink back homewards.
Man goes out to toil all day.
(Sing Psalms, 2004)
En Jürgen Henkys, die de Psalm voor de 'Reformirten' in Duitsland in het Duits samenvat in 5 strofen, zegt het zo:
Von dir ist selbst die Finsternis der Nacht,
in der das Unheil schleicht und Beute macht,
von dir der Morgen, wenn die Ängste schwinden
und Mensch und Welt im Werk zusammenfinden.
(Der Psalter, 1997)
Ik houd het op het laatste: een zegen, als mens en werk samenvallen wanneer het daarvoor de tijd is, en elkaar daarna weer loslaten.

Over Lucretia van Merken: zie http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/merken

Psalm 104 1967 werd berijmd door G. Kamphuis, J.W. Schulte Nordholt en Jan Wit.